De ouderwetse Hollandse kropsla is een beetje in de vergetelheid geraakt en dat is zonde. Want je kunt er veel meer mee doen dan alleen een obligate salade maken. In het gedrang van andere exotische sla-soorten is onze oer-eigen kropsla bijna een ‘vergeten groente’ aan het worden. Komende weken is er de sla uit de ‘volle koude grond’, met die boterzachte kruidige smaak, niet voor niets wordt ze daarom ook botersla genoemd. Elk blaadje tot en met het hart heeft smaak en smaak heeft aandacht nodig. Met gevoel wassen, zonder te beschadigen, relax in de sla-centrifuge en niet als een dolle dwaas in de vijfde versnelling toeren laten draaien. De sla à la minute scheuren of plukken en niet bruut met het mes erdoorheen. En de nerfjes, waarom worden die zo vaak weg gegooid? De nerfjes hebben karakter, zijn fris en knapperig en zelfs heerlijk om kort te roerbakken (echt superkort!), of mengen met een lauwwarme mierikswortelmayonaise en bedekken met gemarineerde ansjovis. Of wat dacht je van kropsla-hart uit de oven, tussen de bladeren van het hart voorzichtig groene pesto of tomaatconfiture strijken, hart weer dichtvouwen en rondom strak bedekken met flinterdunne plakken pancetta (vastzetten met prikkers), stukje van de stronk afsnijden en de krop rechtop in de oven op 180 graden 5 minuten verwarmen tot het spek kleurt. Het knapperige hart, gehalveerd over de lengte, maar zo dat de krop bij elkaar blijft, kun je ook in de koekenpan kort roosteren, dan komt de boterige smaak nog meer tot zijn recht, lepel er een warme dragonsabayon over, Hollandse garnaaltjes erbij en je hebt een elegante combinatie. En dan kun je uit kropsla (eventueel in combinatie met veldsla) ook nog het bladgroen filteren om er soep, saus, vinaigrette of mousse van te maken. Koester onze oer-eigen kropsla!
Terug naar het Overzicht


























